fbpx

Op donderdag 25 augustus en ook de dagen daarna is er vissterfte geconstateerd in de oostelijke plas in natuurgebied Negenoord (Dilsen-Stokkem). Wat is de oorzaak hiervan? Wat wordt eraan gedaan? Hoe is de situatie nu en wat zijn de toekomstverwachtingen?

Update 31 augustus
Het overgrote deel van de dode vissen wordt opgeruimd door onze beheerploeg en afgevoerd. De situatie lijkt te stabiliseren.

Update 30 augustus
De conservator en het diensthoofd beheer zijn de situatie opnieuw ter plaatse gaan bekijken.
Conservator Albert Baenens: “elke dode vis is een vis te veel, maar een ruwe inschatting van de hoeveelheid dode vis ten opzichte van de verwachte totale hoeveelheid in de plas leert dat er toch maar een fractie van de aanwezige vis gestorven is. Het visbestand zal er niet veel onder geleden hebben en zal zich op korte termijn weer herstellen. De dode vissen liggen voornamelijk aan één kant van de plas liggen en worden zo snel mogelijk opgeruimd. Tenzij er natuurlijk opnieuw vissterfte optreedt. Wat dit laatste betreft zijn we eerder pessimistisch.  De grootste effecten die de huidige vissterfte hebben veroorzaakt, zijn de hoge temperaturen en de grote hoeveelheden slib die door overstromingen in de oostelijke plas zijn terechtgekomen.

Beide oorzaken zijn een gevolg van de klimaatopwarming en deze zal in de toekomst alleen nog maar toenemen. Dit maakt dat de situatie er voor de toekomst niet rooskleurig uitziet en dat de huidige vissterfte geen incident is maar in de toekomst steeds vaker zal plaatsvinden. Hoe men hierop kan anticiperen is vooralsnog onduidelijk maar is zeker iets waarover nagedacht moet worden.”

Situatie op 25 augustus
Oorzaak van de vissterfte
Zeer waarschijnlijk is zuurstofgebrek de oorzaak van de vissterfte. Zuurstof is een gas dat maar beperkt oplosbaar is in water. Bovendien is de oplosbaarheid sterk afhankelijk van de watertemperatuur en wel zodanig dat bij hogere temperaturen de oplosbaarheid sterk afneemt. Zo is de oplosbaarheid bij 10 °C ca. 11 mg/l, bij 20°C  ca. 9 mg/l en bij 30 °C nog 7 mg/l. De kritische grens waarbij vissterfte optreedt, ligt in de buurt van 4 mg/l.
Nu is door de langdurige hitte van de afgelopen weken de temperatuur van het water in de oostelijke plas aanzienlijk toegenomen, waardoor de oplosbaarheid van zuurstof is gedaald. Dit werd nog in de hand gewerkt door het droge en windstille weer. Wind en regen wekken turbulentie op waardoor gemakkelijker zuurstof uit de lucht wordt opgenomen.

2 effecten
Er zijn nog twee effecten die nadelig hebben gewerkt; de oostelijke plas is veel minder diep dan bv. de westelijke waardoor de temperatuurtoename hier groter is dan de westelijke plas en vooral, de oostelijke plas is veel meer ‘eurtroof’. Wat wil dit laatste zeggen? Door vooral de grote overstroming van de zomer van 2021 zijn grote hoeveelheden slib vanuit het bovenstroomse gedeelte van de Maas meegenomen en zijn er grote hoeveelheden van dit slib afgezet in de oostelijke plas. Dit slib bevat relatief veel organisch materiaal dat door de in het water aanwezige bacteriën wordt afgebroken. Hierbij wordt zuurstof verbruikt. Dit afbraakproces verloopt sneller naarmate de watertemperatuur hoger is, dus weer een nadelig effect van de temperatuur.

Hoe moet het nu verder?
De afkoeling – die vanaf 27 augustus heeft plaatsgevonden – biedt enig soelaas. Helaas is de afkoeling niet of nauwelijks gepaard gegaan met (hevige) regen. De situatie blijft dan ook nog kritiek. Kan er dan niets anders gedaan worden?!
Het enige dat helpt, is op een kunstmatige manier zuurstof in het water brengen. In de praktijk zijn hiervoor verschillende beluchtingssystemen beschikbaar maar deze vragen alle grote hoeveelheden elektriciteit (die op korte afstand niet beschikbaar is) en hoge investeringen.

Bovendien zijn deze voorzieningen op korte termijn niet te realiseren. Het enige dat kan gebeuren is water uit de plas oppompen en met flinke kracht weer inspuiten de plas. Hierdoor worden luchtbellen meegesleurd en wordt ter plekke een grote turbulentie verkregen. Beide zorgen voor meer zuurstof in het water. De vraag is echter hoeveel effect wordt verkregen op de gehele plas als men lokaal een of enkele spuiters installeert. De oostelijke plas heeft namelijk een oppervlakte van ca 40 ha. Dit komt overeen met ongeveer 80 voetbalvelden! De brandweer is in elk geval gecontacteerd, maar zij hebben het – tot op dit moment (29 augustus) – niet opportuun geacht om effectief te komen.
Onze natuurvereniging beseft de ernst van de situatie en zoekt nog naar andere mogelijke oplossingen, maar staat momenteel ook met de handen in het haar. 

Toekomstverwachting
De vraag die ons rest is; hoe ziet de toekomst eruit?
De grootste effecten die de huidige vissterfte hebben veroorzaakt zijn de hoge temperaturen en de grote hoeveelheden slib die door overstromingen in de oostelijke plas terechtkomen. Beide oorzaken zijn een gevolg van de klimaatverandering en deze zal in de toekomst alleen nog maar toenemen…
Dit maakt dat de toekomstige situatie er niet rooskleurig uitziet en dat de huidige vissterfte geen incident is, maar in de toekomst steeds vaker zal voorkomen. Hoe men hierop kan anticiperen is vooralsnog onduidelijk, maar is zeker iets waarover nagedacht moet worden.

Tekst: Albert Baenens
Conservator Negenoord-Kerkeweerd

Share This