De definitie die ik vond voor monitoring was: ‘het verzamelen van meetgegevens volgens een vaste strategie of bemonsteren volgens een vaste wijze, op een vaste plaats op gezette tijden en het analyseren ervan’. Daarnaast is de stelregel: meten is weten.

De aanpak

Maar wat moeten we weten en hoe moeten we dit best meten? Een leidraad zijn zonder twijfel de verplichte regels die ons worden opgelegd door de Afdeling Natuur en Bos (ANB) in kader van de opvolging van onze goedgekeurde beheerplannen.
Hun uitgangspunt is duidelijk: halen we via het voorgestelde beheer en de uitgevoerde maatregelen onze doelstellingen beschreven in dat beheerplan? Bekijk het als een test van ons beheer. Bewijzen van onze realisaties verzamelen we dus via monitoring.
Daarnaast is het opvolgen van bepaalde soortengroepen of soorten in onze natuurgebieden voor ons een vinger aan de pols. Op basis van deze gegevens kunnen we zien of we ons beheer – of misschien onze doelstellingen – niet moeten bijsturen. Want niet alle factoren hebben wij, als beheerder, in de hand. Ik denk dan aan de verdroging van de natuurgebieden of de invloed van regenwater of instroom van nutriënten uit omliggende landbouwgebieden. Daar staan ingrepen in het natuurgebied soms machteloos tegenover.

‘Hoe je je monitoring doet, maakt niet zo veel uit, als je maar een vaste werkwijze op een lange periode aanhoudt’

Tenslotte is het gewoon leuk om te weten wat er allemaal bloeit, vliegt, kruipt en loopt in onze natuurgebieden. Niet enkel de ‘speciallekes’, maar ook de ‘gewone’ soorten. Doen ze het goed? Komen er meer of net minder van een bepaalde soort voor of duiken ze elders op? Want de natuur leest ons beheerplan niet. Ze zet ons soms voor schut en beslist om plots iets heel anders te doen dan wij verwachten.
Zo herinner ik mij nog levendig een van onze plannen die ik meemaakte als vrijwilliger in de Herkvallei in Wellen. Op een pas aangekocht perceel stond een klein relict met heelblaadjes. Het advies dat we kregen was maaien en afvoeren en zo kort mogelijk de winter in te laten gaan. Het volgende jaar stond dat perceel plots helemaal vol met koninginnekruid. Een plant die er nooit heeft gestaan. Verrassing! Met als gevolg een massa vlinders dat jaar. Opvolgen en monitoren leert ons dus heel veel.

Belangrijk is dat dit gebeurt op een ‘gestandaardiseerde wijze’. Een – nu op pensioen zijnde – bioloog vertelde mij ooit: “Hoe je je monitoring doet, maakt niet zo veel uit, als je maar een vaste werkwijze voor een lange periode aanhoudt’. Misschien wat kort door de bocht, maar wel een belangrijke boodschap. Gelukkig kunnen we in de literatuur heel wat bruikbare methodes terug vinden per soortengroep.

Elke soortengroep anders

Daarnaast hebben we de voorbije maanden voor onze inventariseerders een patroon en werkwijze uitgewerkt die moet toegepast worden. Laagdrempelig en vooral haalbaar. Want dit is een voorwaarde om de monitoring voor een lange periode vol te houden.
Voor de vogels kiezen we voor een broedvogelinventarisatie in een gebied dat haalbaar en overzichtelijk is. Voor de keuze van de op te volgen soorten kijken we dan weer in de lijsten van ANB.
Dagvlinders, sprinkhanen en libellen mogen zich aan ‘trajecttellingen’ verwachten. Alle waarnemingen per route van 50 meter binnen een vooraf bepaalde periode, elk jaar opnieuw.
Planten gaan we ‘strepen’ en de door ons geselecteerde soorten zetten we op kaart met hun dichtheden.
Bij amfibieën gaan we werken met fuiken en het scheppen in poelen om de graad van voortplanting te bepalen, ook hier heel gericht in bepaalde zones en naar bepaalde soorten.
Bij de zoogdieren focussen we ons enkel op de eikelmuis (zie artikel elders in dit tijdschrift).

Tel je mee?

Zijn alle andere waarnemingen dan waardeloos? Natuurlijk niet! Elke waarneming is belangrijk. Mogelijk duikt de soort die jij waargenomen hebt ooit op in het protocol van ANB. Wie had ooit gedacht dat de huismus een op te volgen soort zou worden? Trouwens, weten wat er allemaal leeft in onze natuurgebieden is ook belangrijk. Dus zeker je waarnemingen blijven ingeven via platformen zoals waarnemingen.be

Maar misschien wil jij ook wel je steentje bijdragen aan het verhaal rond monitoring binnen onze natuurgebieden? Dat kan natuurlijk. Stuur gewoon een mailtje naar dirk.ottenburghs@limburgs-landschap.be.

Laat ons weten waar (welke gemeente of natuurgebied) en welke soortengroep je wil opvolgen. Wij bekijken dan hoe we je aan het werk kunnen zetten. Zo bezorg je ons belangrijke info en het is daarbij nog eens leuk ook.

Foto: Dany Tielens

Share This