Minder dan een eeuw geleden waren heel wat huishoudens aangewezen op hout en turf om de kachel of open haard te stoken zodat het warm was in huis of om te koken. Dat hout werd vaak geoogst in een zogenaamd hakhoutbos. Sedert de intrede van de centrale verwarming en het gebruik van fossiele brandstoffen, is de hakhoutcultuur grotendeels verloren gegaan. Dit is jammer want ook voor de natuur is hakhoutbeheer een meerwaarde en levert het een grote diversiteit op.

Hakhoutbeheer

Hakhoutbeheer verwijst dus naar een beheervorm van een bos. Dit beheer bestaat uit een wederkerige kapbeurt om de 8 à 15 jaar. Het hout wordt gekapt op ca een halve meter boven de grond. Het onderste deel van de stam blijft behouden en wordt de hakhoutstoof genoemd. Na de kapwerken, die in de winter plaatsvinden, schiet de hakhoutstoof terug uit en de takken groeien snel terug op. Tussentijds in de hakhoutcyclus (na 5 à 6 jaar) worden de opschietende takken soms nog eens gedund en gebruikt in de tuin (vb bonenstaken), rijshout (vb vlechtwerk in lemen constructies) en stelen voor gereedschappen (vb riek, borstels, spade). Het product na de volledige cyclus bestaat uit houtstammetjes en het takhout van de kruin. De stammetjes worden verder verkleind tot houtblokken voor in de open haard of de kachel, het takhout wordt in takkenbossen samengebonden en noemen we mutsaarden. Deze mutsaarden gebruikt men om de oven te stoken en brood te bakken. Er gaat in de hakthoutcyclus dus geen takje verloren. Na de kapwerken worden eventuele grachtjes en pandjes hersteld en te uitbundige vegetatie (bramen, klimop, …) teruggedrongen.

Door elk jaar een ander perceeltje te kappen (in totaal is dus het aantal kappercelen gelijk aan de duur van de cyclus) blijft bij deze vorm van bosbeheer de totale houtvoorraad in het bos steeds dezelfde. Vermoedelijk is hakhoutbeheer de meest productieve beheervorm van een bos. Er worden oogstvolumes opgegeven van 7 tot 20 m³ per ha en per jaar.

Omdat de geoogste bosproducten niet meer gegeerd zijn (brandhout) en er veel handwerk bij het oogsten komt kijken, is deze beheervorm, ondanks het hoge oogstvolume, toch zo goed als verdwenen. Zeker op natte bodem is het uitslepen van hout geen makkelijke opdracht. Bovendien is arbeid zeer duur en ondanks de hogere houtopbrengsten financieel niet rendabel.

Tot slot nog even vermelden dat wilgen, essen en zwarte elzen de ideale hakhoutsoorten zijn  op natte bodem. Op drogere bodem zijn dit onder andere Amerikaanse eik, zomereik, haagbeuk, beuk, esdoorn en tamme kastanje.

Natuur en hakhoutbeheer

In de loop van de hakhoutcyclus verandert de soortensamenstelling van de vegetatie niet zoveel, maar wel de bedekking. In eerste instantie bereiken de kruiden de hoogste bedekking en dit neemt af naarmate de schaduw van de opschietende takken   toeneemt.

Dit verschil in licht heeft ook zijn invloed op de voorkomende fauna. De variatie in licht en schaduw en daardoor het micro-klimaat zijn uiterst belangrijk voor dagvlinders. Een aantal voorbeelden van vlindersoorten die erg worden geholpen door hakhoutbeheer zijn de bosvlinders bont dikkopje, kleine ijsvogelvlinder, spiegeldikkopje (nu uitgestorven in Vlaanderen), grote weerschijnvlinder en keizermantel.

Een onderzoek naar de vogels van hakhoutbeheer in het Stamprooierbroek in de oorlogsjaren (1940-1945) leverde volgende specifieke soorten op:

Toestand perceelTijd na kappingKenmerkende broedvogels
Open perceel (pas opgeschoond)1 à 2 jaarmerel, rietgors, watersnip, blauwborst, sprinkhaanzanger, geelgors
Laag struikgewas3 à 4 jaarzanglijster, roodborst, zwartkop, fitis, grasmus, kneu
Hoog struikgewas5 à 10 jaarnachtegaal, spotvogel,  tuinfluiter, goudvink, matkop, tortel, staartmees

Het betreft veelal soorten die het vandaag moeilijk hebben om te overleven.

Biomassa

Zoals we eerder gezien hebben levert hakhoutbeheer een hoge houtproductie op en is er een regelmatige oogst. Daarnaast levert deze beheervorm een serieuze bijdrage aan de biodiversiteit. Tot slot is hakhoutbeheer een zeer oude beheervorm en sluit het aan bij een oude traditie die eeuwen teruggaat.

Blijft er nog het probleem van het oogsten en het gebruik van het eindproduct. Brandhout is een gekend product, maar ook houtsnippers, chips en shreds zijn te gebruiken als brandstof voor het opwekken van groene energie.

Het oogsten moet machinaal gebeuren want is anders niet rendabel. Verlenging van de cyclus tot 15-20 jaar is alvast een goed alternatief omdat er dan minder rondgangen nodig zijn en de opbrengsten per cyclus groter zijn.

De inzet van machines is niet overal mogelijk (te nat, slecht bereikbaar). Hopelijk staat de techniek ook op dit vlak niet stil en zijn er straks wel technische middelen ter beschikking om dit historisch beheer terug op te pakken.

Oproep om brandhout te kopen

Indien er mensen zijn die graag zelf aan de slag gaan om de hakthoutcultuur in ere te houden of eventueel op zoek zijn naar brandhout, dan kunt u zich hiervoor opgeven.

Stuur hiervoor een mail naar info@limburgs-landschap.be met als titel ‘info brandhout’

Tekst: Frans Verstraeten

Foto: An Bloemen 

Share This