De zeer zeldzame roetstreepkokermot (Coleophora clypeiferella Hofmann O., 1871) nieuw ontdekt in de provincie Limburg in Dilsen-Stokkem aan de Maas. (tekst en foto: Steve Wullaert)

Op 25 juli ’20 gingen we met de Werkgroep Bladmineerders opnieuw het natuurgebied Negenoord-Kerkeweerd inventariseren. Dit natuurgebied heeft in het verleden op gebied van Lepidoptera al voor heel wat verassingen gezorgd. Zo vonden we maar liefst 5 nieuwe soorten voor België in Negenoord-Kerkeweerd. De familie van de kokermotten (Coleophoridae) is relatief groot in ons land. Met 116 soorten zijn deze kokermotten heel goed vertegenwoordigd in elke provincie. Wat deze soorten zo speciaal maakt is in feite de manier van leven van de rups, de rups maakt een kokertje die ze zelf met zijde spint maar ze kan dat ook doen dmv een blaadje leeg te vreten en dat samen te spinnen. Sommige rupsen uit deze familie vreten zelfs zaadjes leeg en kruipen met dat zaadje weg om andere zaadjes leeg te vreten. Het kokertje dient als onderkomen en bescherming voor de rups die ook in de koker verpopt. De roetstreepkokermot is een zeer zeldzaam beestje in ons land, er zijn slechts een handvol waarnemingen van deze soort. Ze werd ontdekt in 1951 en nadien is ze maar 5 keer gemeld, enkel in Het Brussels Hoofdstedelijk gewest, de provincie Antwerpen en nu dus ook in Limburg! De rups van deze soort leeft van de zaden van melganzenvoet (Chenopodium album). Ze construeert een zijden koker waar ze zaad- en bladfragmenten van de plant aan toevoegt. Zo blijft de koker onopvallend tussen de plant zitten. Wanneer de rups volgroeid is dan laat ze zich zakken tot op de grond om daar in een bruinachtige cocon te overwinteren. De vlinders zelf vliegen in de maand juli.

Website werkgroep bladmineerders